Voorzieningen

De stand van de voorzieningen ultimo boekjaar is als volgt:

(x € 1.000)

31-12-2020

31-12-2019

Voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen

23.110

29.180

Latente belastingverplichtingen

34.725

23.352

Overige voorzieningen

2.435

3.567

Totaal

60.270

56.099

De voorzieningen hebben een overwegend langlopend karakter.

Voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen

Het verloop in de voorziening is als volgt weer te geven:

(x € 1.000)

2020

2019

Saldo voorziening 1 januari

65.306

40.114

In mindering op activa in ontwikkeling

-36.126

-13.730

Stand per 1 januari

29.180

26.384

   

Dotatie investeringsbesluiten boekjaar

39.205

60.813

Vrijval in verband met oplevering projecten boekjaar

-38.390

-33.422

Vrijval aankoopkosten in verband met aankopen

-424

-2.199

Mutatie rubricering activa in ontwikkeling

-6.461

-22.396

Stand voorziening 31 december

23.110

29.180

   

Saldo voorziening per 31 december

65.697

65.306

In mindering op activa in ontwikkeling

-42.587

-36.126

Stand per 31 december

23.110

29.180

De voorziening onrendabele investeringen betreft het per saldo verlieslatende deel van contracten afgesloten ten behoeve van de ontwikkeling van nieuwbouw en verbouw van huurwoningen en intramuraal vastgoed waarvoor nog onvoldoende kosten zijn gemaakt om het bedrag daarop in mindering te brengen.

Latente belastingverplichtingen

De mutaties in de voorziening latente belastingverplichtingen zijn samengevat in het navolgende schema:

 

Latentie

Latentie

Latentie

Totaal

Totaal

(x € 1.000)

Leningen

Onderhoud

Vastgoed

2020

2019

Stand per 1 januari

6.299

11.318

5.735

23.352

24.405

Dotatie

0

7.479

160

7.639

0

Vrijval

-490

0

-759

-1.249

-2.357

Verandering disconteringsvoet

17

8

13

38

50

Verandering percentage VPB

938

3.406

601

4.945

1.254

Stand per 31 december

6.764

22.211

5.750

34.725

23.352

Voorziening latentie leningen

In de jaarrekening is voor de leningenportefeuille een latente belastingverplichting tegen de contante waarde verantwoord voor het verschil tussen de waardering die de belastingdienst toepast (i.c. marktwaarde per datum fiscale openingsbalans) en de waardering als toegepast in de jaarrekening (geamortiseerde kostprijs). De latentie loopt af over de resterende looptijd van de leningen. De latentie van € 6,7 miljoen is de contante waarde van de vennootschapsbelasting over de jaarlijkse afschrijving van het agio. De gehanteerde netto-disconteringsvoet bedraagt hierbij 2,31% (gemiddelde vermogenskostenvoet maal 75%, oftewel gecorrigeerd voor belastingen). Verwacht wordt dat van dit bedrag op balansdatum een bedrag van € 0,7 miljoen binnen een jaar wordt gerealiseerd en een bedrag van € 2,9 miljoen binnen vijf jaar. De nominale waarde van de belastinglatentie leningen bedraagt eind 2020 € 8,1 miljoen (ultimo 2019: € 7,7 miljoen).

Voorziening latentie onderhoud

Voor de fiscaal gevormde onderhoudsvoorziening is een latentie opgenomen. De latentie van € 25,6 miljoen is de contante waarde van de vennootschapsbelasting over toekomstige (tijdelijke) verschillen tussen de fiscale waardering en de waardering in de jaarrekening. De gehanteerde netto-disconteringsvoet bedraagt hierbij 2,31%. Verwacht wordt dat dit gehele bedrag van € 25,6 miljoen binnen een jaar wordt gerealiseerd. De nominale waarde van de latentie fiscale onderhoudsvoorziening ultimo 2020 bedraagt € 26,2 miljoen (ultimo 2019: € 12,0 miljoen).

Voorziening latentie vastgoed

De nominale waarde van de latentie vastgoed ultimo 2020 bedraagt € 329,1 miljoen (ultimo 2019: € 260,4 miljoen). Hiervoor is een inschatting gemaakt of deze binnen afzienbare tijd kan worden verrekend. Voor dit gedeelte van nominaal € 6,6 miljoen is een latentie opgenomen. De gehanteerde netto-disconteringsvoet bedraagt hierbij 2,31%. Verwacht wordt dat van dit bedrag op balansdatum een bedrag van € 0,7 miljoen binnen een jaar wordt gerealiseerd en een bedrag van € 3,2 miljoen binnen vijf jaar. Voor het overige verschil tussen de commerciële en fiscale waardering van het vastgoed van nominaal circa € 322,5 miljoen is het zeer waarschijnlijk dat deze doorschuiven naar het opvolgende actief, waardoor de contante waarde van dit verschil naar nihil tendeert.

Renteaftrekbeperking (ATAD)

Met ingang van 1 januari 2019 is de ATAD-richtlijn van toepassing waardoor voor de bepaling van het fiscaal belastbaar bedrag de renteaftrek beperkt is. De aftrekbeperking ziet toe op het meerdere van 30% van de fiscale EBITDA met een ondergrens van € 1 miljoen (ATAD-norm). Indien in toekomstige jaren de rente daalt onder de hiervoor genoemde ATAD-norm is de eerder niet in aftrek genomen rente alsnog aftrekbaar. Hierdoor ontstaat een tijdelijk verschil. Ultimo 2020 bedraagt het saldo niet aftrekbare rente € 38,2 miljoen. Van dit saldo is de verwachting dat een bedrag van € 14,0 miljoen binnen een jaar verrekend kan worden. Hiervoor is een actieve latentie opgenomen van € 3,4 miljoen, welke gezien de samenhang en simultane afwikkeling met de latentie onderhoud gesaldeerd is met de latentie onderhoud.

Voor het overige saldo aan niet aftrekbare rente ultimo 2020 van € 24,2 miljoen is ingeschat dat deze redelijkerwijs niet binnen 10 jaar wordt verrekend. Om deze reden is hiervoor geen actieve belastinglatentie opgenomen.

Overige voorzieningen

De mutaties in de overige voorzieningen zijn in het navolgende schema samengevat:

 

Claims en

Loopbaan

Totaal

Totaal

(x € 1.000)

geschillen

ontw.budget

2020

2019

Stand per 1 januari

2.826

741

3.567

3.962

Dotatie

500

194

694

0

Vrijval

-1.730

-36

-1.766

-283

Onttrekkingen/overboekingen

0

-60

-60

-112

Stand per 31 december

1.596

839

2.435

3.567

Voorziening claims en geschillen

Woonzorg Nederland heeft een aantal juridische geschillen welke mogelijk kunnen leiden tot te betalen claims. Voor de verwachte uitgaven die voortvloeien uit de geschillen is een voorziening opgenomen.

Voorziening loopbaan ontwikkelingsbudget

Iedere medewerker heeft met ingang van 2010 (conform de CAO bepalingen) een eigen loopbaan-ontwikkelingsbudget. De hoogte van het beschikbare budget is afhankelijk van het aantal (maximaal 5) dienstjaren van de medewerker. Deze voorziening heeft grotendeels een langlopend karakter, dat wil zeggen langer dan één jaar.