Voorwoord

Met ons bezit van circa 43.000 wooneenheden (zelfstandig en intramuraal) huisvesten we bijna 5% van de 65-plussers in de doelgroep sociale huur. We zijn actief in meer dan de helft van de Nederlandse gemeenten en hebben ongeveer 10% van de zorggebouwen in bezit, die wij verhuren aan 30% van de zorgorganisaties en waarmee we 30% van de geclusterde woonvormen bedienen. Met deze prominente positie zien wij het als onze maatschappelijke plicht om samen met anderen de seniorenhuisvesting in Nederland op een hoger plan te tillen en voor te bereiden op de maatschappelijke gevolgen van de vergrijzing. Dat is nodig omdat Nederland behoort tot de landen waar de vergrijzing in hoog tempo toeneemt. In 2035 is een op de vier Nederlanders ouder dan 65 jaar. Een derde van deze 65-plussers, anderhalf miljoen mensen, is dan 80 jaar of ouder.

In 2019 is gaandeweg een brede erkenning ontstaan van de noodzaak om anders te kijken naar de seniorenhuisvesting in Nederland. We zien dat het jarenlange uitgangspunt van het zo lang mogelijk zelfstandig thuis (in het ‘oude’ huis) wonen nuancering verdient. Er is sprake van vereenzaming onder ouderen en ook de veiligheid in de woonomgeving kan vaak worden verbeterd. Het aantal valincidenten thuis neemt toe en steeds meer ouderen belanden op de eerste hulp, om vervolgens onnodig lang in het ziekenhuis te blijven omdat er thuis geen goede opvang is. Dit duidt op een groot tekort aan geschikte huisvesting voor senioren. Belangrijk zijn collectieve woonvormen, waar senioren samen zelfstandig thuis wonen, in een veilig complex waar veel ruimte is voor ontmoeten en waar zorg en welzijn goed zijn te organiseren. Onze visie wordt inmiddels breed gedragen en werd in januari 2020 nog onderschreven in het eindrapport van de Commissie Toekomst zorg thuiswonende ouderen, onder voorzitterschap van Wouter Bos. Verder zien we dat er meer zorgvastgoed moet komen dat geschikt is voor verpleegzorg.

Woonzorg Nederland heeft in 2019 regelmatig de publiciteit gezocht om de seniorenhuisvesting in Nederland op de nationale woonagenda te krijgen. In het najaar van 2019 namen wij, namens Aedes en samen met het bestuur van Stadgenoot, zitting in de landelijke Taskforce Wonen en Zorg. Deze taskforce, die verder bestaat uit de VNG, Actiz en de ministeries van VWS en BZK, heeft als doel oplossingen te bedenken voor knelpunten die voortkomen uit wet- en regelgeving en gemeenten te stimuleren actiever aan de slag te gaan met seniorenhuisvesting. Door deel te nemen aan de taskforce nemen wij als marktleider de verantwoordelijkheid om de seniorenhuisvesting in Nederland op een hoger plan te tillen. 

Dit vertaalt zich ook in acties op lokaal niveau. Op verschillende plekken werkten we in 2019 aan het neerzetten van een integrale formule. Voorbeelden zijn De Bloemendal in Deventer en Dr. Engelsoord in Maasbracht. Aan de projecten in de portefeuille zijn formules gekoppeld en in de bestaande portefeuille zijn de kansen benoemd voor het neerzetten van een nieuwe of versterken van bestaande formule. Bij de prestatieafspraken gaan we nadrukkelijk in op de mogelijkheden om een nieuwe formule te realiseren. Daar ligt het accent op de focusgemeenten waar de opgave relatief groot is en er een helder gearticuleerde visie ligt op seniorenhuisvesting.

Intussen hebben we de ambitie om onze bestaande portefeuille op een hoger plan te brengen om onze portefeuille uit te breiden naar 48.000 tot 50.000 eenheden in 2035. In 2019 is transformatie of nieuwbouw van vijf complexen afgerond. In totaal zijn dat jaar de investeringen in nieuwbouw, renovatie en transformatie achtergebleven bij de begroting. Naast oorzaken vanuit de markt waar ook onze collega corporaties mee te maken hebben (zoals krapte op de aannemersmarkt), speelt bij Woonzorg Nederland daarnaast de complexiteit van transformatie van zorgpanden.

Het aantal wooneenheden ligt eind 2019 wat lager dan eind 2018. Dit heeft te maken met lopende transformaties van zorgpanden en met verkoop van panden die niet geschikt (te maken) zijn voor onze doelgroep. In 2020 wordt een aanpak uitgewerkt om uitbreiding intensiever ter hand te nemen. Onder meer vanwege het gebrek aan grondposities is de afhankelijkheid van derden daarbij groot.

Met Mooiland ruilden we ouder bezit dat onvoldoende voldeed voor onze doelgroep tegen jonger bezit dat wel voldoet. De verduurzamingstrein is in 2019 goed op gang gekomen. We hebben ruim 1.200 woningen verduurzaamd en liggen daarmee op koers. We gaven verder inhoud aan onze woonformules die het gat tussen het langer thuis wonen en het verpleeghuis kunnen dichten. Zo is het plan voor een project Stadsveteranen voorbereid en wordt op verschillende plekken in bestaande panden gewerkt aan een Blokkerhuis.

We hebben  in 2019 intern opnieuw veel stappen gezet om onze organisatie verder in stelling te brengen voor de uitbreidingsopgave die ons te wachten staat. We hebben onze formatie verder op sterkte gebracht en zijn doorgegaan met het wegwerken van ‘achterstallig onderhoud’ op het gebied van processen, systemen en data. Dit past in de ontwikkeling die het in 2016 aangetreden bestuur in gang heeft gezet. In 2017 brachten wij met een nieuw ondernemingsplan een nieuwe focus en wenkend perspectief in de organisatie. In het ‘scharnierjaar’ 2018 hebben we de verbeteropgaven van onze organisatie en ons bezit goed in kaart gebracht en gingen wij concreet aan de slag om de met het ondernemingsplan ingezette nieuwe koers in de praktijk te brengen. In 2019 werkten wij vooral aan een verdieping van de koers en verbeteringen in de organisatie. Een verdieping die op veel fronten plaatsvond: van het huurbeleid tot onder andere de relatie met onze zakelijke huurders, de vastgoedsturing en de verdere verbetering van onze processen. Wij zijn in 2019 aantoonbaar ‘in control’ gekomen. Hierdoor kon de Autoriteit woningcorporaties in januari 2020 besluiten het verscherpte toezicht op Woonzorg Nederland definitief terug te brengen tot normaal toezicht.

We verkenden hoe wij in de toekomst onze klanten willen bedienen. Daarbij streven we naar het zoveel mogelijk digitaliseren van de eenvoudige en routinematige (administratieve) handelingen, zodat met name de bewonersconsulenten in onze complexen meer tijd vrijhouden voor het persoonlijke contact met de klant. Ons motto is: digitaal waar het kan, persoonlijk waar het moet. Op basis hiervan werken we een digitaliseringsprogramma uit.

We begonnen in 2019 ook met een tussentijdse evaluatie van ons ondernemingsplan. Is er halverwege de periode van dit plan als gevolg van maatschappelijke en politieke ontwikkelingen aanleiding om onze koers te herijken? Het antwoord is: op hoofdlijnen is geen herijking nodig. Onze koers staat nog steeds als een huis. We blijven ons richten op collectieve vormen van zelfstandig wonen, zorgvastgoed geschikt voor zware zorg en de inclusieve wijk. Maar er is op onderdelen wel een verscherpte inzet nodig. Met name willen wij een extra accent leggen op de complexe zorg en zorgzame buurt. Ook willen we ons sterk maken voor meer maatwerk in de woonruimteverdeling.

Landelijk volgen wij uiteraard de herziening van de Woningwet en herziening van huurregelgeving. Intussen blijven wij de positie van senioren op de woningmarkt en het gebrek aan seniorenhuisvesting onder de aandacht brengen. We continueren onze inzet voor een ‘Deltaplan voor de vergrijzing’ en het bij met name gemeenten teweegbrengen van een groter gevoel van urgentie om serieus werk te maken van de seniorenhuisvesting.

Wij kijken met veel voldoening terug naar de ontwikkelingen in 2019. De organisatie van Woonzorg Nederland heeft met veel inzet nieuwe verbeteringen gerealiseerd en de volgende verbeteringen in gang gezet. Zo bouwen wij voort aan ‘samen zelfstandig wonen met een plus’ en tillen wij de seniorenhuisvesting in Nederland op een hoger plan.

Wij kijken er naar uit om samen met onze vele partners de ingeslagen weg ook in 2020 te vervolgen.

Cees van Boven en Arnold Pureveen

Bestuur Woonzorg Nederland